Linux scripts -> variabele (deel2)
In shell-scripts kan je variabelen gebruiken. In een variabelen kan je uitkomsten van actie’s plaatsen. In een variabelen kan je zowel een getal of characters plaatsen.
Voorbeelden van variabelen:
AANTALDAGEN=5
WELKOMTEKST=”Hello world”
Deze variabelen tonen:
echo “$AANTALDAGEN”
echo “Aantal dagen in mijn werkweek $AANTALDAGEN”
Het is voor de leesbaarheid handig om de variabelen altijd in HOOFDLETTERS te defineren. Ook is het verstandig om de variabelen een naam te geven waaruit kan leiden waar hij voor dient.
Voorbeeld script met variabelen:
#! /bin/sh
#
WELKOM=”Hello world”
echo “$WELKOM
Naast dat een variabele in het script staat, kan je ze ook bij de aanroep mee geven (argumenten mee geven).
$0 = naam van het script zelf
$# = is het aantal variabelen dat mee gegeven is
$* = zijn alle variabelen achter elkaar
$1 = is het eerste argument
$2 = is het tweede argument
enz.
Voorbeeld:
Maak een script deel2.sh
Zet hierin de volgende inhoud:
#! /bin/sh
#
echo “Dit script heet $0″
echo “Hallo $1 mooie leeftijd $2 is dit he! “
Voer nu het volgende script uit:
./deel2.sh <NAAM> <LEEFTIJD>
In het volgende deel zal ik een simpel script maken.